Over controle en vertrouwen

Abigail Zabek-

Tijdens mijn ochtendwandelingen met Millie (mijn Australische herder) grijp ik ofwel naar mijn oortjes om mijn gedachtenstroom stil te krijgen, wat meestal niet werkt maar toch, ofwel leg ik de focus op mijn omgeving (waar mijn gedachtestroom trouwens wel stil van wordt) - de vogels die fluiten, de bladeren die meedansen met de wind, de geuren rondom mij (vandaag trouwens een heel aangename geur waargenomen van de Japanse kamperfoelie).

Deze ochtend was ik aanwezig tijdens de wandeling, en merkte ik op dat ik overprikkeld werd door het geen volledige controle krijgen over hoe Millie meeliep. Ik probeerde haar te sturen op de manier waarop ik wou dat ze zich gedroeg, maar hoe meer controle ik probeerde uit te oefenen hoe tegenstrijdiger ze werd. Ik begon naar mezelf te kijken en ik dacht oh dit is een spiegelmoment! Ik begon verder in te gaan op mijn eigen gedrag in teken van controle en vertrouwen. Enerzijds met betrekking tot mijn jeugd, anderzijds met betrekking tot opvoeding.

Sinds kinds af aan heb ik dwanggedachten. De trap moet ik 4 keer afgaan, anders gebeurt er iets slechts. Een verkeerde stap, en ik begin opnieuw, soms tot 16 keer. De lichtschakelaar voor het slapengaan of het weggaan van huis: 4 keer aan en uit, want wat zou er anders gebeuren voor je wakker werd of terug thuis komt?

En dan was er dat ene moment waarop het niet meer over een trap of een lichtschakelaar ging.

Op mijn 15e zat ik met mijn zussen in de bus naar de stad. We kregen een telefoontje. Direct terug naar huis. Mijn oudere zus liet nog niks los, enkel dat er iets was gebeurd met onze broer. Heel die busrit lang probeerde ik in mijn hoofd de realiteit te sturen. Ik bad naar een of andere hogere macht: ik geef alles op wat mij gelukkig maakt, als jij er maar voor zorgt dat hij oké is. Veertig minuten. Dezelfde gedachte, opnieuw en opnieuw.

Het was niet goedgekomen. Hij was overleden.

Je zou denken, daar is dan het bewijs. Dwanggedachten hebben geen invloed op de realiteit, dus laat ze maar vallen. Was het maar zo simpel. Ze zijn er nog steeds, alleen heb ik ze wel leren afzwakken. Vier seconden vasthouden, dan loslaten.

Als we dan kijken naar opvoeding, ik heb mezelf nooit willen aankijken als een mama-figuur. Tot enkele jaren terug was dit een radicale nee voor mij. Hoe je het ook draait of keert, een kind is een enorme verantwoordelijkheid, en tot op een bepaalde leeftijd ben jij als ouder ook verantwoordelijk voor het gedrag en de handelingen die het kind uitvoert. De gedachte aan een overvloed van angst- en piekergedachten die mogelijks tot dwanghandelingen zouden leiden, in hoop controle te krijgen op een wereld waar de enige controle die je maar hebt degene is van je eigen handelingen, bespaar het mij maar.

Maar als een gebrek aan controle de enige reden is waarom je iets niet doet, ben je dan wel trouw aan jezelf? Heb je dan wel vertrouwen in jezelf?

En langzaam verschuift de vraag van 'kan ik dit aan' naar 'wanneer.'

Dan nam ik Millie in huis, en verraste ik mezelf met mijn capaciteiten tot het in leven houden van een ander levend wezen, met de liefde die ik kan en wil geven. Met de verrijking die het brengt in mijn leven. Een hond in huis halen is ook opvoeding, hierin leer ik elke dag hoe opvoeding de ultieme test is tussen controle en vertrouwen. Want het toont je elke keer opnieuw, je hebt geen controle over een ander levend wezen. Je kan begeleiden en voortonen, maar uiteindelijk zal hij of zij toch z’n eigen richting bepalen. En moet je kunnen loslaten, en vertrouwen in jezelf dat je het hoe dan ook aankan, zelfs als het niet loopt zoals je had gehoopt.